Gepubliceerd in FAB Magazine, 27 mei 2014

Op de polikliniek komt een totaal ontredderde weduwe Irma met haar zoontje van 8 jaar voor een nagesprek. Vier weken terug overleed haar man aan longkanker. De crematie was druk bezocht. Er zijn prachtige woorden gesproken, het huis stond vol bloemen. Ze ontving diepgaande condoleance brieven. Dat gaf troost. En toen werd het stil: “Je kan me altijd bellen als je me nodig hebt, ik ben er voor je, ” zeiden haar vrienden.

“Ik kan het niet opbrengen” zegt Irma verdrietig. “Ik kom tot niets, zelfs eten klaar maken voor ons tweeën is me al te veel. Ik maak me zo’n zorgen over hoe we ooit weer samen gelukkig kunnen worden.”

Bellen? DOE IETS!

Ook als iemand te horen heeft gekregen dat hij kanker heeft staat de wereld stil. Het verdriet, de machteloosheid, de angst of somberheid slaan toe. Het ontbreekt je aan moed/ zin/ energie om iemand om hulp te vragen. Dat geldt voor heel veel ziekten, ook van geestelijke aard.

Realiseer je dat de opmerking “je kan me altijd bellen” in de meeste gevallen niet erg behulpzaam is. Als je echt wat wilt doen: probeer je in de situatie van de ander te verplaatsen: wat zou zij nodig hebben? Een maaltijd koken, haar zoontje af en toe een dagje meenemen. Langsgaan om de dag te doden, afleiding verzorgen. Misschien ben jij wel niet de aangewezen persoon, maar ga daar niet vanuit.

Probeer het eens: “je maakt een zware tijd door, ik kom morgen langs om voor je te koken”. Gewoon doen!

Advertenties