Dit is een reactie op een interview met psychiater dr Frank Koerselman in Medisch Contact juni 2017, waarin hij stelt dat artsen geen strafzaken tegen de tabaksindustrie zouden moeten voeren omdat zij daarmee het slachtofferschap van patienten doen toenemen….

Middels deze reactie betoog ik waarom juist een arts dat vanuit medisch- ethisch handelen verplicht zou moeten zijn en waarom het juist niet over slachtofferschap van de patiënt gaat maar over de rechten van het kind…… en grensoverschrijdend gedrag? Dan denk ik aan heel andere zaken….

Een aantal verdragen en richtlijnen:

Kinderrechten verdrag Unicef – VN 

https://www.dekinderombudsman.nl/ul/cms/fck-uploaded/Blauwe-boekje-Kinderrechtenverdrag.pdf

Kinderen hebben het recht om in gezondheid op te groeien , zo staat te lezen in het manifest van de Verenigde Naties. Kinderen hebben recht op bescherming.

Mensenrechten en de tabaksindustrie : 

http://www.prnewswire.com/news-releases/ash-tobacco-production-marketing-violate-basic-human-rights-300461770.html

Mensenrechten instituut maakt duidelijk dat de tabaksindustrie de mensenrechten schendt.

CANMED 5.2 Maatschappelijk handelen arts 

https://www.nspoh.nl/view.php?action=view&Pagina_Id=37

Artsen hebben de plicht om voor de gezondheid van de gemeenschap als geheel te zorgen

De eed van Hippocrates:

Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen. Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden. Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving. Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.

 

Kinderen hebben het recht om op te groeien in gezondheid, artsen hebben de plicht hen te beschermen: 

Kinderen hebben het  recht om op te groeien in gezondheid. Kinderen hebben het recht op bescherming. Artsen hebben de plicht vanuit hun eed, o.a. vastgelegd in de CANMEDS,  om wanneer er een grote oorzaak van ziekte wordt gezien hier iets aan te doen. Artsen zien als geen ander de gevolgen van zowel besmettelijke ziekten als niet besmettelijke ziekten (NCD). Als ik de bron van een zeer besmettelijk virus, bijvoorbeeld SARS, niet meld ben ik strafbaar.

Korte termijn versus lange termijn gevolgen, de doden zijn sprakeloos.

De gevolgen van een besmettelijk virus zijn direct zichtbaar, de gevolgen van een in de jeugd opgelopen verslaving laat vaak 20- 30 jaar op zich wachten. De relatie oorzaak gevolg is vooral zichtbaar voor hen die in de zorg werken. En voor diegenen die het van dichtbij zelf maken, als het te laat is. Het “publiek” ziet de overlevers: aan de ene kant de adolescent die gezellig aan het roken is op een terras of festival, aan de andere kant de grootvader die met zijn pakje sigaretten per dag toch maar mooi 83 wordt. De overlevenden zie je, de doden hebben geen stem meer.  En zij, die ziek zijn geworden door gedrag, denken, dankzij de vrije keuze mantra, dat zij zelf voor hun lot hebben gekozen. Zij schamen zich, en houden zich stil. De waarheid wordt collectief weggemaakt.

WHO FCTC verdrag

Tegenover de jaarlijks 20.000 tabaksdoden in Nederland staan een miljoen mensen die ziek zijn geworden door tabak. Nederland heeft het juridisch bindende WHO FCTC verdrag in 2005

http://apps.who.int/iris/bitstream/10665/42811/1/9241591013.pdf?ua=1

getekend. Het verdrag waaraan de overheid zich verplicht campagnes over de gevolgen van tabak te organiseren, accijns regelmatig op te hogen en de beschikbaarheid te beperken om kinderen te beschermen. De laatste minister van VWS schafte alle campagnes over de gevolgen van roken af. Kennis in Nederland over de gevolgen van tabak staat van 90 Westerse landen onderaan!  (ITC – Fong)

http://www.itcproject.org/researchers

Ook werd de rookstop vergoeding (tijdelijk) uit het basis pakket gehaald en de horeca rookvrij voor de kleine cafe’s teruggedraaid. Dankzij rechtszaken (Clean Air Nederland) is dit teruggedraaid. Dit heeft inmiddels geleid tot het schrikbarend hoge percentage jongeren dat rookt: 38 % in de leeftijd tussen 20 en 30 jaar (CBS 2015). Als de overheid , die als taak heeft kinderen te beschermen,  geen effectieve maatregelen neemt, wie dan wel? De publiciteit o.a rond de rechtszaken maakt in ieder geval dat een rookvrije generatie op de agenda staat…

Anne Marie van Veen en de Vervangers:  Replacement smokers

Anne Marie van Veen, moeder van 4 kinderen heeft longkanker met uitzaaiingen sinds 2014.   Zij bezocht als patient advocate het Europese longkanker congres in Wenen. Zij zet zich in voor longkanker patienten. Daar ontmoette ik haar. Zij wordt ergens anders behandeld. Ik heb op geen enkele manier een behandel relatie met haar.  Zij had de film de Vervangers

https://sickofsmoking.nl/feiten/film-de-vervangers/

gezien en maakte zich grote zorgen om haar kinderen van 4, 5 en 6 jaar oud.                              Wie moet haar kinderen beschermen als zij er straks niet meer is? De vijf jaars overleving van longkanker stadium IV is < 2%, is haar bekend.                                                                                                                                                           Was het niet mogelijk om de tabaksindustrie strafrechtelijk te vervolgen omdat zij een sigaret produceert ” addictive by design”  waar niets aan het toeval overgelaten is om een kind te verslaven, dankzij ammoniak, suikers, menthol, drop, honing  en vele andere toegevoegde stoffen?  De tabaksindustrie die in haar geheime documenten kinderen Replacement Smokers noemt: zij die de vroegtijdige doden ( een kwart van de rokers haalt zijn pensioen niet ) dienen te vervangen.

 

Sigaret: ”  addictive and deadly by design” : it they got lips we want them

Een product dat net zo verslavend is als cocaïne en heroïne, met dit verschil dat het op 60.000 verkooppunten voor een paar euro te koop is, legaal is, een product waaraan een kind in 4 weken verslaafd is. Hoe autonoom ben je eigenlijk als je eenmaal verslaafd bent? Uit tweeling onderzoek blijkt dat hoe ernstig verslaafd je bent genetisch bepaald is. Ernstige nicotine verslaving vindt zijn oorsprong op chromosoom 15.  Nicotine kaapt je beloningssysteem. Voeg daarbij een ingenieus lobby netwerk (o.a oud minister van Volksgezondheid en Defensie ) en miljarden marketing bij en er is nog maar heel weinig sprake van vrije keuze: ” if they got lips we want them”  quote tabaksindustrie. Meer dan 80 % van alle rokers is als kind verslaafd gemaakt.

Hebben wij niet allemaal de plicht om voor kinderen te zorgen en kinderen te beschermen?

Op het moment dat strafrecht advocaat Mr Ficq en haar kantoor er van overtuigd zijn dat deze zaak kansrijk is wordt er aangifte bij het Openbaar Ministerie gedaan door Anne Marie van Veen en Lia Breed. Lia is een vrouw met ernstig invaliderend COPD. Bij hen voegde zich de Stichting Rookpreventie Jeugd met in het bestuur longartsen, econoom, kinder &jeugd psychotherapeut en wetenschappers. Even later doet ook het Wilhelmina Kanker fonds KWF,  het NTVG en alle patienten kanker organisaties – verenigd in het NFK en Claudicatio net ( 17.000 fysiotherapeuten gespecialiseerd in bloedvat vernauwing in de beenvaten door roken) aangifte. Naast 2000 patienten die ziek zijn geworden door sigaretten. De Sick of Smoking beweging kent inmiddels 23.000 aanhangers.

Geen slachtoffer rol, juist niet 

Lees hier de aangifte:

https://sickofsmoking.nl/rechtzaken/aangifte-poging-tot-moord-doodslag-zware-mishandeling-en-valsheid-geschrifte/

Essentie is dat de strafzaak gaat om kinderen te beschermen. Het is niet een zaak van iemand die zich slachtoffer voelt, juist niet. Het gaat ons allen om het beschermen van kinderen. Anne Marie en Lia zijn zeer strijdlustige vrouwen die zich op geen enkele manier als slachtoffer presenteren. Er is ook geen sprake van genoegdoening in de vorm van geld. Het is een strafzaak, geen civiele zaak.

Genève : criminal liability:

Er is deze maand vanuit Amerika een conferentie belegd met de internationaal  meest bekende juristen op het gebied van civiele zaken tegen de tabaksindustrie : advocaten, rechters en officieren van justitie rond de ” Dutch Case”  Iedereen is er na deze conferentie van overtuigd dat deze weg de juiste is. Geen setllements meer met een industrie waarmee niet te onderhandelen valt. Een industrie die een product op de markt brengt dat 2 van de 3 gebruikers op termijn doodt, een uniek product, zou vandaag in de huidige vorm nooit legaal op de markt kunnen komen met als gevolg 7 miljoen doden per jaar. Ooit was slavernij legaal. Legaal gaat over macht, geld en invloed. Het gaat niet over wat ethisch het goede is om te doen. Door een Israelische advocaat , de zoon van de advocaat die het proces tegen Eichmann voerde, wordt de tabaksindustrie de banaliteit van het kwaad genoemd.

Samenvattend 

Bevind je je in een bevoorrechte positie, waarvan zeker sprake is als medisch specialist werkzaam in het kanker instituut AVL-NKI, dan brengt dat verantwoordelijkheden met zich mee: zeker als je al 30 jaar vrijwel elke dag de desastreuze gevolgen ziet van een in de kinderjaren opgelopen ernstige verslaving.
Noblesse oblige. Geneeskunde is inderdaad toegepaste biologie: 50 sigaretten geeft 1 mutatie. De beroemde wetenschapper René Bernards uit ons instituut merkte tijdens een uitzending van Nieuwsuur op  dat aangezien 30 % van alle kanker sterfte in Nederland door tabak komt, hij meer kan bereiken voor de kanker bestrijding door de tabaksindustrie aan te pakken dan al zijn onderzoek vermag gedurende  30 jaar in zijn laboratorium.

Grensoverschrijdend gedrag? Dan denk ik aan artsen die hun patienten verwaarlozen of seksueel misbruiken. Aan artsen die het beroepsgeheim schenden of fouten maken en er niet van leren.

Het leven is een geschenk, laat de tabaksindustrie dat niet van ons afpakken.

 

https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/de-prijs-van-de-autonomie-wordt-zichtbaar.htm

‘De prijs van de autonomie wordt zichtbaar’
Psychiater Frank Koerselman verzet zich tegen de heersende norm

Mensen worden beheerst door tegenstrijdige behoeften: we wensen veilige geborgenheid, maar we willen ook autonoom zijn. Dat is de menselijke conditie, zegt Frank Koerselman, emeritus hoogleraar psychiatrie. In Wie wij zijn – naar eigen zeggen ‘een opiniërend boek, bedoeld voor een lezerspubliek breder dan zijn vakgenoten’ – legt hij uit dat we nu in een tijdvak leven waarin autonomie de boventoon voert, wat de gevolgen daarvan zijn en dat een omslag aanstaande lijkt.

In zijn werkkamer in zijn prachtige achttiende-eeuwse huis aan de Vecht in Weesp maakt hij van zijn hart geen moordkuil; Koerselman is een man met duidelijke opvattingen. Met ‘politieke correctheid’ heeft hij niets.

Georganiseerd wantrouwen
Het eenzijdige streven naar autonomie heeft volgens hem, bijvoorbeeld, geleid tot iets wat hij in zijn boek ‘defensieve vrijheid’ noemt: iedereen vindt het vanzelfsprekend dat een ander hem vertrouwt, maar dat wil nog niet zeggen dat iedereen zelf bereid is de ander te vertrouwen. Anders gezegd, een samenleving waarin iedereen autonoom is, vereist georganiseerd wantrouwen. ‘Transparantie noemen we dat eufemistisch’, stelt Koerselman. Maar al dat wantrouwen verziekt in de geneeskunde – en niet alleen daar – het werkplezier van menig gedreven professional. En het is lang niet het enige beroerde gevolg van die ‘autonomienorm’. Die maakt bijvoorbeeld ook dat iedereen zelfredzaam moet zijn, omdat we afhankelijkheid niet meer verdragen: ‘Zo wordt de afbraak van het verzorgingshuis nog een symbool van vooruitgang’, noteert hij sarcastisch.

Zo was het niet altijd: ‘Er is een periode geweest, tot eind jaren zestig, waarin mensen niet alleen maar autonoom waren: de zuil, de context waarin je leefde, bepaalde wat er van je verwacht werd. Begrijpelijk, want mensen waren na de Tweede Wereldoorlog ontworteld en angstig en hadden de veilige geborgenheid nodig. Maar na enige tijd kwam de weerslag: een gevoel van beklemming en onvrijheid, vooral onder de jongere generatie.’

Frank Koerselman
Frank Koerselman (9 juni 1947) is emeritus hoogleraar psychiatrie en psychotherapie. Hij was verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Verder was hij hoofd van de afdeling Psychiatrie van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis te Amsterdam. Koerselman heeft een actieve rol gespeeld in het maatschappelijk debat over verschillende omstreden onderwerpen, zoals de kritiek op de farmaceutische industrie of de toelaatbaarheid van hulp bij zelfdoding. Ook heeft hij aandacht gevraagd voor de risico’s van epidemieën van ‘modeziektes’ zoals RSI, whiplash en ME.

In februari vorig jaar ging Koerselman op tv fel in debat met Steven Pleiter, directeur van de Levenseindekliniek. Koerselman is van mening dat mensen die het gevoel hebben een voltooid leven achter de rug te hebben geen euthanasie moeten krijgen, maar op andere manieren geholpen moeten worden.

Kantelpunt
Het kantelpunt was 1968. Sindsdien, zegt Koerselman, zijn de verschillen tussen mensen – verschillen die hun identiteit grotendeels bepaalden – vervaagd: ‘Voordien gedroegen mannen zich anders dan vrouwen, jongeren anders dan ouderen, bazen anders dan knechten.’ Die verschillen waren ‘bekende verschillen’: ‘Wanneer je iets registreerde als niet-eigen was het desondanks meestal wel bekend. Dat bevredigde de universele behoefte aan zekerheid en voorspelbaarheid en gaf stabiliteit.’ Dat is grotendeels weggevallen.

Als ik alleen maar een individu ben, wie ben ik dan in godsnaam?
Sterker, de generatie van 1968 ging haar kinderen opvoeden met hetzelfde vrijheids- en ontplooiingsideaal dat zij voor zichzelf hadden verworven. En dus gingen ze niet voor hun kinderen beslissen maar moesten die zelf keuzes maken. Het gevolg: autonoom-zijn is nu de norm geworden. Wie daar niet aan voldoet, is een loser. Het is een tendens waar Koerselman zich tegen verzet: ‘Ik denk dat we nu een nieuw kantelpunt bereiken. De prijs van de autonomie wordt zichtbaar. Die norm wordt nu net zo beklemmend als de kerkelijke correctheid van de jaren vijftig. Als ik alleen maar een individu ben, wie ben ik dan in godsnaam? Maar weinig mensen zijn in staat op eigen kracht een identiteit te handhaven. Ze hebben de geborgenheid van een groep nodig, een collectieve identiteit. Bewegingen die daarop inspelen, worden te gemakkelijk weggezet als populistisch.’

Wat voor gevolgen heeft die ‘autonomienorm’ voor het werk van artsen, bijvoorbeeld voor dat van de psychiater?

‘Vooral de psychotherapeutische kant van mijn vak gaat over dit soort dingen. Er is een generatie opgegroeid die ervan overtuigd is dat ze veel waard is, en die dus stomverbaasd is als dat niet zonder meer wordt erkend. Deze mensen presenteren zich met een burn-out of met een depressie. Mensen hebben dan een onhaalbaar doel nagejaagd en verdragen het niet dat ze dat niet hebben bereikt. Want de heersende ideologie is: iedereen kan alles bereiken, als hij zijn best maar doet. Juist dat is vernederend voor wie dat niet kan – en dat maakt mensen heel boos of somber. Het is dan mijn taak om mensen een spiegel voor te houden en ze te leren rouwen om hun verloren illusies. Het idee dat iedereen alles kan en dat iedereen dus recht heeft op succes, miskent dat mensen nu eenmaal verschillen. Bevind je je in een bevoorrechte positie, dan brengt dat verantwoordelijkheden met zich mee: noblesse oblige. Dat is een kenmerk van beschaving.’

U heeft bij herhaling gezegd dat een arts zich niet de rol moet aanmeten van hulpverlener. Waarom niet?

‘Ja, ik ben voorstander van een nauwe definitie van de geneeskunde en van de taken van de dokter. Geneeskunde is toegepaste biologie, als je biologie ruim opvat als de wetenschap die adaptatie van levende wezens aan hun leefomgeving bestudeert. Daarbij past dus dat je angst, depressie, boosheid en andere emoties als signalen ziet dat iemands positie in zijn leefomgeving wordt bedreigd. Het herkennen daarvan heb ik wel biologische psychotherapie genoemd. Men heeft wel gezegd dat ik “het monteursmodel” van de geneeskunde zou voorstaan. Maar wat is daar mis mee? Dokter-zijn is een ambacht. Het betekent bepaalde technieken beheersen en die op de juiste wijze toepassen.

Artsen die de tabaksindustrie voor de strafrechter slepen: ik vind dat grensoverschrijdend gedrag
Dat staat – heel cru gezegd – los van medemenselijkheid. Die moet er uiteraard als basis zijn, maar je moet wel je grenzen kennen. Als arts moet je juist je grenzen kennen: als ik mij als hulpverlener afficheer, geef ik de hulpzoekende het recht op mij een veel ruimere claim te hebben dan ik als arts kan waarmaken. Hoe dat fout kan gaan zie je als artsen zich helemaal indentificeren met het slachtofferschap van hun patiënten, plaatsvervangend boos worden over hun lot en soms in rechtszaken zelfs hun medische klachten aandikken. Ik kan het wel begrijpen: autonomie is een plicht die de samenleving aan de mensen oplegt; slachtofferschap is in zekere zin een manier om daaraan te ontkomen. De rol van zulke artsen getuigt niet van voldoende professionele distantie. Dat geldt ook voor de artsen die de tabaksindustrie voor de strafrechter slepen: zoiets is helemaal niet hun taak. Ik vind dat grensoverschrijdend gedrag. Uiteindelijk is dat contraproductief.’

U bent areligieus en liberaal opgevoed, niettemin stoort u zich zeer aan het voltooidlevendebat. U bent faliekant tegen het wetsvoorstel van D66.

‘Ik ben niet tegen euthanasie als het in het kader is van een stervensperspectief; ik wil echt niemand in pijn laten doodgaan als palliatieve zorg niet meer toereikend is. Maar dat wetsvoorstel vind ik van een apocalyptische gruwelijkheid. Het is helemaal niet humaan, maar bevestigt mensen in hun angst nutteloos en waardeloos te worden. Ik ben ook blij dat de KNMG terughoudend heeft gereageerd. Wat je waard bent in het leven, is afhankelijk van je vermogens. Ik bedoel: van een kind verwacht je niet hetzelfde als van een volwassene, maar dat maakt een kind niet minder waard. Het beste uit jezelf halen, daar gaat het om. Maar als je je niks meer waard voelt, omdat je denkt dat de anderen dat zo zien, ontstaat de neiging tot zelfvernietiging. Mensen schamen zich letterlijk dood. Die overwegingen blijven allemaal buiten beschouwing in het huidige debat. Ik heb altijd gewerkt in een academisch of algemeen ziekenhuis waar mensen na mislukte suïcidepogingen binnenkwamen. Hoe vaak ik niet heb meegemaakt dat ze blij waren dat het niet gelukt was!’

We hebben volgens u geen natuurlijk recht op jeugd, gezondheid, aanzien, liefde en geluk. Verlies op die terreinen doet natuurlijk pijn en stemt weemoedig. U citeert Gerard Reve: ‘Moedig voorwaarts’.

‘Ik heb altijd sterk het gevoel gehad dat het leven een geschenk én een opdracht is. De vraag is dan van wie is dat geschenk en die opdracht. Ik weet dat niet. Maar vanuit mijn professionele achtergrond denk ik dat het er eigenlijk ook niet toe doet. Omdat zo’n gevoel een psychologisch mechanisme is, een vorm van coping. We staan nu eenmaal – weliswaar wat minder dan vroeger – machteloos in een overweldigende wereld. Het is niet iets wat ik aan anderen wil opleggen, maar tegelijkertijd wil ik er toch ook niet in meegaan dat mensen het leven alleen aangaan for better, en niet for worse. En al helemaal niet als ze daarbij een beroep op mij doen als arts. Dat je autonoom uit het leven zou kunnen stappen is flauwekul; je doet altijd anderen wat aan. Het is het leven à la carte nemen in plaats van als menu. Vroeg of laat zullen er steeds meer mensen daarover twijfels krijgen, daarvan ben ik overtuigd.’

 

 

 

 

 

Advertenties