Geschreven voor artsennet.nl, juni 2014

Het zijn net mensen

Iedereen is er van overtuigd dat dokters zich moeten kunnen inleven in de gevoelens van een ander. Dat mensen in nood daar behoefte en recht op hebben. Dat je daardoor zorg op maat kunt leveren. Goed kunnen luisteren en goed kunnen communiceren zijn kerncompetenties van de arts.

Onze maatschap heeft in zijn mission statement opgenomen: wij behandelen de patient zoals wij zelf behandeld zouden willen worden. Als je arts wilt worden gaat er een veldslag aan vooraf. Alleen de achten kunnen direct doorstromen. De rest moet loten of doet mee aan decentrale selectie. Duizenden lukt het niet om binnen te komen. In deze topselectie móet je wel meekomen. Je behoort immers tot het neusje van de zalm.

In de collegezaal vindt een hoogleraar het einde verhaal als je op je 19e nog niet alles op orde hebt: als je nu nog niet alles goed georganiseerd hebt, dan kun je later nooit een goede dokter worden. Vervolgens laat hij een live gefilmde suïcide zien van een mens die uit elkaar splasht onder een trein. Daar word je een sterke en goede dokter van.

  • De arts is na jaren IVF-pogingen eindelijk zwanger. Zij wil graag een dag voor haar pasgeboren kindje zorgen. Uitgesloten. Zij wordt een slechte kinderarts als zij een dag van de week afwezig is.
  • Hij heeft kanker. Na een jaar wordt duidelijk dat hij niet meer genezen zal. Ondanks het feit dat hij niet thuis wil wachten op de dood en graag wil blijven werken onder alle randvoorwaarden die er mogelijk zijn, wijst zijn maatschap dit verzoek af. ‘We moeten verder…’.
  • Haar vader heeft net een grote operatie ondergaan. De nacht overleeft hij ternauwernood. Zij waakt nachten in het ziekenhuis. Na de operatie blijkt dat hij curatief geopereerd is, maar dat hij wel twintig kilo is kwijtgeraakt. Zij wil graag één dag in de week vrij hebben om voor hem te zorgen en hem te helpen bij het revalidatieproces. Dit verzoek wordt afgewezen. Het brengt de kwaliteit van de opleiding in gevaar.
  • Zij is in opleiding tot specialist. Graag wil zij een dagdeel in de week voor haar kindje zorgen na haar scheiding. Dit verzoek wordt afgewezen.
  • Na opname van zijn psychotische echtgenote moet hij de kinderen naar school brengen. Het lukt hem niet om op tijd bij het ochtendrapport te zijn. Het wordt hem niet in dank afgenomen.
  • Haar moeder is drie maanden voor haar opleiding overleden aan kanker. Zij wordt op de afdeling oncologie geplaatst. Vele slechtnieuwsgesprekken raken haar diep.
  • Zijn moeder overlijdt. Elke maatschapsgenoot is gewend een condoleancebrief aan de familie van zijn patiënten te sturen. Niemand stuurt zijn collega een brief.

Er zullen altijd argumenten zijn om bovenstaande voorbeelden te rechtvaardigen:

  • de continuïteit
  • het aantal uren
  • het rooster
  • solidariteit met je collega’s
  • dienstend
  • financiën
  • de onzekere toekomst
  • de DOT
  • tijd

Met zo’n overvloed aan scholieren die arts wil worden én aan werkeloze artsen, kan je kiezen. Survival of the fittest.

Ik denk dat als wij (aanstaande) collega’s niet empathisch bejegenen, wij niet kunnen verwachten dat zij dat wel zullen doen. Als dat mensen tot de beste dokters maakt, so be it. Maar ik betwijfel dat.

Geneeskundestudenten en artsen. Het zijn ook maar mensen die af en toe verdriet hebben en getroost willen worden. En er moeten zijn voor hun naasten. Leidt hen daarin op en geef zelf het goede voorbeeld.

Neem in ieder geval de tijd om te luisteren naar het waarom achter de vraag of achter afwijkend gedrag. Artsen hebben ook zieke kinderen, scheidingen of dementerende ouders. Hoe kan toch niet zo zijn dat je beter voor je patiënten zorgt dan voor je naasten?

Advertenties